Mijn boek is er. Echt.
Na een jaar schrijven, herschrijven, twijfelen, doorzetten, loslaten en weer oppakken, ligt mijn boek nu eindelijk echt in mijn handen.
Mama, ik laat je los.
Ik heb er zó lang naartoe gewerkt dat het bijna onwerkelijk voelt om hem nu vast te houden. Het idee dat alles wat eerst alleen in mijn hoofd en op mijn laptop bestond, nu ineens een echt boek is. Met een kaft. Met pagina’s. Met mijn naam erop.
Supervet!
De eerste reacties zijn inmiddels binnen. Stiekem best spannend, want schrijven was één ding. Maar je verhaal vervolgens de wereld in sturen en afwachten wat het met anderen doet… dat maakt het ineens heel kwetsbaar.
Gelukkig zijn de eerste reacties prachtig. Mensen die vertellen dat ze geraakt zijn. Zich herkennen. Even stil werden. Of juist bepaalde passages niet meer loslaten.
Toen gebeurde er iets wat ik misschien nog wel het aller bijzonderste vind. Mijn zoon las mijn boek. Mijn zoon die nooit boeken leest. Hij had hem in handen en binnen no time had hij hem uit.
Dat deed echt iets met me.
Want uiteindelijk heb ik dit verhaal niet alleen geschreven om mijn eigen verhaal van me af te schrijven. Ik hoopte ook dat het iets zou betekenen voor anderen. Dat iemand zich minder alleen zou voelen. Dat iemand iets zou herkennen. Of misschien net dat ene zetje zou krijgen om iets los te laten, vast te houden of anders te bekijken.
Ik ben vooral ontzettend trots en dankbaar.
Mama, ik laat je los.
Over vasthouden. Over loslaten. Over moederschap, verlies, liefde en alles wat daartussenin zit.
Nu mag jij hem lezen.